Risk Appetite van een noodwaterkering
Risk appetite is een moeilijk begrip. Als je bescherming biedt zoals waterschappen denk je aan een lage risk appetite. Maar hóe laag precies? En veel interessanter: wanneer verschuift je risk appetite? De opkomst en ondergang én wederopstanding van de noodwaterkering laat zien hoe onze risicobereidheid de afgelopen decennia meebewoog met dreigingen in de samenleving.
Een van de minder bekende trauma’s van de Tweede Wereldoorlog was hoe de vertrekkende Duitsers strategische delen van Nederland onder water probeerden te zetten. Ze bliezen bruggen op, zonken schepen af en zetten onder meer Walcheren onder water om de opmars van de Geallieerden tegen te houden. Dit werd de aanleiding voor de Nederlandse regering om in 1952 in het diepste geheim een wet aan te nemen, de Wet Bescherming Waterstaatswerken in Oorlogstijd (BWO). In 1991, vlak na de val van de Sovjet-Unie, werd de wet afgeschaft, nadat in 1974 de geheimhouding was opgeheven.
Een van de waterstaatswerken die voortkwamen uit deze wet waren noodwaterkeringen. Begin jaren zestig maakte het ministerie van Verkeer en Waterstaat zich meer zorgen over kernwapens dan over een grondoorlog. ‘Kernwapenaanvallen zouden uitgestrekte gebieden met fallout kunnen besmetten en een ernstige ontwrichting van het maatschappelijk leven veroorzaken.’ Het gevolg hiervan was dat het watersysteem extra beschermd moest worden. Naast de aanleg van noodwaterkeringen kwamen er noodaggregaten en ‘nooddichting’ bij de strategisch kwetsbare entiteiten, zoals gemalen, sluizen en dijken. Een opvallende maatregel was de restauratie van tientallen windwatermolens, die ‘te allen tijd maalvaardig moesten worden gehouden’. De allermooiste werkende molenviergang staat nog steeds in Aarlanderveen, maar dat terzijde.
Noodwaterkeringen zijn er in vele soorten en maten. De meest interessante is de flexkering die in het water wordt geplaatst om de watergang op te delen in behapbare stukken. Dit heet compartimenteren. Het is een tussenschot dat vrij eenvoudig in het water kan worden gezet. Langs de Oude Rijn tussen Bodegraven en Leiden zijn er bijvoorbeeld meer dan veertig stevige stalen noodwaterkeringen. En op de bodem van de Haarlemmermeerse Ringvaart liggen vier opblaasbare noodwaterkeringen. Deze waterkussens heten balgstuwen. De grootste balgstuw is 30 meter lang, 6 meter breed en 0,75 centimeter diep.
De balgstuwen beschermen de nationale luchthaven en – nog belangrijker ! – de 400.000 mensen die er wonen, werken of wachten op een vliegtuig.
Flexkering langs de Waal bij Zaltbommel
Nice to have?
Toen de Koude Oorlog aan het afnemen was verloren de noodwaterkeringen in de jaren tachtig en negentig langzaamaan aan betekenis. Rijkswaterstaat had ze overgedragen aan de provincies, die er op hun beurt vanaf wilden. Ergens in 1997 werd een toen nog jonge bedrijfseconoom, net begonnen in een waterschap, gevraagd om een goede prijs te berekenen voor de overdracht van deze noodwaterkeringen. Ik heb er eerlijk gezegd niet zo’n actieve herinnering aan, maar de overeengekomen prijs lag in de buurt van de toenmalige oudijzerprijs.
Met de afnemende oorlogsdreiging verdween de oorspronkelijke functie van de noodwaterkeringen. Velen ervan waren bij de overdracht naar de waterschappen al aan het einde van hun life cycle en tja … eigenlijk waren ze nice to have, maar in de onbekommerde tijden van de nineties en de zeros zeker geen must have assets. Soms testte een waterschap zoals Rijnland enkele noodwaterkeringen en zag dat het wel goed was.
Een wake up call was de verschuiving van de veenkade in Wilnis in 2003. Kwetsbare veendijken kregen extra aandacht en werden op grote schaal versterkt. Niemand kon toen nog bevroeden dat de langdurige droogte uit 2003 zich veel vaker zou voordoen. Ook de ramp met het neergestorte Turkish Airlines bij Schiphol in 2009 maakte menig calamiteitenmedewerker alert: wat als een Boeing door de Ringvaart zou crashen? Gelukkig hadden we de noodwaterkeringen nog.
We kregen steeds vaker te maken met weersextremiteiten. De droogte van 2003 bleek geen incident en piekbuien werden steeds heftiger. Noodwaterkeringen maakten weer deel uit van het Rijnlandse calamiteitenplan en vanaf het tweede decennium werden twee piekbergingen aangelegd, bij Zoetermeer en later de Haarlemmermeer. Inmiddels waren de balgstuwen in de Haarlemmermeer aan vervanging toe. Een kostbare operatie.
Hoe noodzakelijk zijn functionerende noodwaterkeringen in een druk stukje Nederland, waar ook nog de diepst gelegen internationale luchthaven ter wereld ligt? Je zou denken dat het antwoord een no brainer is, in deze tijden van klimaatstress en geopolitieke spanningen. De ‘waterbom’ in Valkenburg was de zoveelste wake up-call. Er is zelfs weer een wet die overheden verplicht zich te beschermen tegen niet-digitale risico’s, de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke).
Zonder balgstuwen kan de schade aan het watersysteem wel eens groter kunnen zijn dan de schade die in de polders ontstaat. Mocht de kering van de Haarlemmermeer bezwijken, dan stroomt bijna al het boezemwater leeg in deze polder, van Gouda tot en met Spaandam! Bij een flinke dijkbreuk komt binnen enkele uren in de H’meerpolder dan een halve meter water te staan. In en langs de boezem kunnen dan ook instabiele keringen ontstaan, om maar te zwijgen van de schade voor de beroepsvaart, de ecologie en woonboten.
Balgstuw bij Aalsmeer, anno 1973
Appetite for reconstruction
Het goede nieuws is dat de balgstuwen vervangen gaan worden. Tot nu is het helaas niet gelukt om die medeverantwoordelijke overheden te porren voor een financiële bijdrage. De renovatie van de vier balgstuwen gaat anno 2026 onverminderd door, met een beschikbaar gesteld krediet van € 14, 5 mln.
Je zou kunnen zeggen dat de risk appetite voor goed functionerende noodwaterkeringen weer net zo groot is als op het dieptepunt van de Koude Oorlog. De grootste boosdoener is nu de natuur of de klimaatverandering, met de kanttekening dat de geopolitieke dreigingen misschien wel groter zijn dan toen. Troost kunnen we putten uit het feit dat de Rijnlandse noodwaterkeringen gelukkig nooit zijn ingezet.
Al met al goed dat ze er zijn, toch?
René Pennings
Maart 2026
Geraadpleegd (o.a.)
• https://journal-archive.aup.nl/tijdschrift-voor-historische-geografie/2011/HGT_2011-3_Brand_Verborgen_landschapselementen_uit_de_Koude_Oorlog_De_BWO_keringen.pdf
• https://waterstaatsgeschiedenis.nl/tijdschrift/2017-2/TWG2017-2_91-104.pdf
• https://crisislab.nl/wordpress/wp-content/uploads/Weerbaarheid-beleidsmatig-modieus-BMblad.pdf

